Jarig

Hij is jarig vandaag. Een paar weken ervoor heeft hij te horen gekregen dat zijn ziekte niet meer te behandelen is. ‘Opgegeven’, noemt hij het. Hij is sterk verzwakt, maar met wat hulp nog wel in staat om zelfstandig thuis te wonen. Natuurlijk wil ik bij hem op bezoek vanwege zijn verjaardag, maar het geeft me ook een ongemakkelijk gevoel. Want wat zeg je tegen een jarige die kort daarvoor heeft gehoord heeft dat hij binnenkort zal sterven en wat is een passend cadeau?

 

Laatste verjaardag,
denk ik, wat kan ik zeggen?

 

Ik koop een plantje, want een plantje kan altijd denk ik, en ga op bezoek.
Hij is blij dat ik er ben. Vanochtend is er ook iemand op bezoek geweest en vanavond verwacht hij nog een ander. Hij zet koffie voor me en presenteert koekjes. “Die heb ik vanochtend laten halen door de vrouw die hier komt schoonmaken“ zegt hij, “Ze hoeft vandaag niet te poetsen”.
Zelf neemt hij geen koekje, want eten smaakt hem niet meer. Hij is dan ook al heel wat kilo’s afgevallen. We zitten samen in de huiskamer. De TV staat aan zoals altijd, want dat geeft hem afleiding. “Dit is mijn laatste verjaardag”, zegt hij. Ik knik.

 

“Laatste verjaardag”
zegt hij, en serveert koekjes
bij koffie en thee.

 

Ik ben me ervan bewust hoe gewoon en vertrouwd alles is. We zitten in de huiskamer en praten, net als anders; alles mag er zijn. Soms praten we over diepgaande onderwerpen, maar vaak ook over alledaagse dingen zoals het weer. “Het is mooi weer vandaag, een zonnige dag.” Hij wijst naar buiten: “Als het volgende week ook zo mooi is ga ik met mijn scootmobiel naar de visvijver in het dorp verderop. Er is daar een speciale plaats voor rolstoelgebruikers, je kunt vlak bij de waterkant komen. Vissen heb ik altijd graag gedaan.” We praten over vissen en andere zaken die hij nog wil ondernemen. Ik vind het mooi dat hij al die plannen nog heeft.

Dan nemen we afscheid, ik fiets in het warme zonlicht naar huis, dankbaar dat ik bij hem op bezoek ben geweest en dat het bijzonder en tegelijk toch ook heel vertrouwd voelde.

Een paar dagen later ontvang ik een telefoontje; hij wordt opgenomen in een hospice omdat zelfstandig thuis wonen niet meer gaat. Ik ga nog één keer op bezoek, dezelfde avond overlijdt hij.

 

“Laatste verjaardag”
zegt hij, en: “Volgende week
wil ik gaan vissen.”

De volle maan gaat onder,
een nieuwe lente begint.

 

HV